Pagina's

zaterdag 28 januari 2017

feedback op Quest 1 door lid gameteam

Van Maartje Maas kreeg ik feedback op mijn individuele opdracht (zie hieronder). Ik heb daarna geprobeerd om in mijn individuele opdracht nog beter de koppeling te maken met mijn praktijk. De aangepaste versie is nu te lezen bij Quest 1, vorig bericht. Ik mocht van Maartje het nog wat extremer maken. Voor het gameteam is dat inderdaad interessanter. Echter denk ik zelf dat het beeld van grote kindcentra (0-18) voor de komende 13 jaar misschien ook wel realistisch is. Daarbij zal de technologie waarschijnlijk voor meer extremere invloeden gaan zorgen.

Hier de feedback van Maartje (Bedankt Maartje!) op mijn eerste versie:


Individuele opdracht trendanalyse Corinne Raaijmakers

Trend: Individualisering

De industriële ontwikkelingen en de democratiseringsbewegingen in de Westerse wereld in de jaren 60 van de 20e eeuw hebben gezorgd voor een toename aan welvaart en dat bepaalde groepen onafhankelijker werden van elkaar[MKM1] . Dit proces waardoor de mens meer als individu in plaats van de groep in de samenleving is komen te staan, heet individualisering (Wikipedia). Hierbij worden waarden zoals o.a. keuzevrijheid en autonomie belangrijk gevonden. Deze trend heeft ook gevolgen voor het onderwijs[MKM2] . Ik richt me hierbij op mijn eigen onderwijssector: Het primair onderwijs.

Drijvende krachten bij trend Individualisering:

Ik heb de trend individualisering gekozen als een trend die impact heeft in het primair onderwijs en voor de andere sectoren en daarom gekozen moet worden voor het scenariosjabloon. Deze trend zet zich door[MKM3]  en dat zal tot gevolg hebben dat scholen en sectoren intensiever moeten gaan samenwerken met elkaar, ouders en instanties om maatwerk voor de leerling passend te laten zijn. Partnerschap in het onderwijs past daar als drijvende kracht daarom goed bij. Tevens diversiteit en burgerschapsvorming. In onderstaande stukken zal ik dit nader toelichten.

Invloed op het primair onderwijs:

In een snel veranderende en een op het individu-gerichte samenleving wordt een grote zelfredzaamheid van mensen verwacht (Onderwijsraad, 2014). Dat vraagt om onderwijs dat meebeweegt (Onsonderwijs2032). Het advies Onderwijs2032 richt zich dan ook op het bieden van kansen voor leerlingen en dat daarbij moet worden ingespeeld op achtergrond, capaciteiten en mogelijkheden van leerlingen, oftewel de diversiteit. Oog hebben voor talentontwikkeling en dat leerlingen eigenaar worden van hun eigen leerproces wordt eveneens genoemd (Onsonderwijs2032). Er wordt een groter beroep gedaan op denkvaardigheden, sociale competenties en het kunnen sturen van het eigen leren.

In de onderwijssector p.o. merk ik dat het onderwijs steeds meer inspeelt op de individuele behoeften van het kind. De leerling staat echt centraal: Wat heeft deze leerling nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen? Wat de leerlingen daarbij zelf belangrijk vinden en willen, wordt ook steeds belangrijker. Kinderen worden betrokken in gespreksvoering (zgn. ontwikkelgesprekken of kind-ouder-gesprekken[MKM4] ) en krijgen meer keuzevrijheid. Als leraar op de basisschool moet je goed kunnen differentiëren om tegemoet te komen aan de verschillen tussen leerlingen. Onderwijs moet op de leerling worden afgestemd en contacten moeten goed onderhouden worden om te kunnen samenwerken binnen het sociale netwerk rondom de leerling. Passend onderwijs is de norm. Sinds augustus 2014 hebben scholen een zorgplicht en zijn zij verantwoordelijk dat alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek krijgen. Scholen moeten daarbij kunnen samenwerken om voor de leerlingen een dekkend onderwijsaanbod te bieden. In het primair onderwijs wordt in een ondersteuningsprofiel aangegeven welke expertise en voorzieningen de school in huis heeft om de zorg te kunnen bieden en dit wordt afgestemd met het samenwerkingsverband waarbinnen de school zicht bevindt (Passendonderwijs).

Grenzen maatschappelijke opdracht:

Goede bedoelingen vanuit de wet sluiten niet altijd aan bij de werkelijkheid van lesgeven (van der Meer, 2016). Scholen vinden het lastig om altijd tegemoet te komen aan de zorgplicht, omdat de omvang en complexiteit van de problematieken vaak een struikelblok vormt, zeker als deze verknoopt zijn aan moeilijke thuissituaties (van der Meer, 2016) en gevarieerdere families (OECD, 2008) en dat kinderen nog wel vaak in èèn klas zitten en onderwijs dus nog collectief is (van der Meer, 2016). Door de individualisering worden sociale banden tevens steeds minder belangrijk en dat legt nog meer druk op scholen om een bron van verbondenheid te vormen (OECD, 2008[MKM5] ). Door wereldwijde diversiteit is er ook sprake van diversiteit in waarden. Al met al brengt de individualisering de volgende vraagstukken met zich mee:

·         In hoeverre kunnen en moeten leraren tegemoet komen aan alle verschillen tussen kinderen?

·         Moet de school door de veranderende familievormen meer verantwoordelijkheid op zich nemen als het gaat om de sociale opvoeding van kinderen? (OECD, 2008)

·         Wat moet de school doen om een bijdrage te leveren aan respect voor andere waarden? (OECD, 2008[MKM6] ).

Toekomstscenario en gevolgen andere onderwijssectoren:

Er zal nog meer dan nu worden ingespeeld op de individuele behoeften en ontwikkeling van ieder kind. Ik denk dat er daarnaast ook meer aandacht zal komen voor de sociale ontwikkeling en worden de 21e eeuwse vaardigheden zoals samenwerken en probleemoplossend vermogen steeds belangrijker in het basisonderwijs, maar ook voor de andere sectoren! Scholen zullen minder de nadruk leggen op kennis, maar op vaardigheden. De verschillende sectoren zullen in de toekomst nog meer moeten samenwerken om het onderwijs voor het kind passend en aansluitend te laten zijn. Zoals dat nu is, is er nog onvoldoende samenhang tussen onderwijssectoren (Onderwijsraad, 2014[MKM7] ). In de toekomst zie ik wel meer samenhang en een uitbreiding van grotere onderwijsinstellingen. Er zijn dan niet alleen kindcentra van 0-13, maar bijvoorbeeld van 0-18 en het onderwijs zal meer verweven zijn met het bedrijfsleven en instanties. Men volgt het kind vanaf begin af aan en leraren/opvoeders werken meer samen. De vorm van samenwerking zal door technologische ontwikkelingen steeds meer online plaatsvinden en burgerschap heeft een grote rol in het curriculum van de grote kindcentra. Door burgerschapsvorming een plek in het curriculum van scholen te geven, brengt de school de leerlingen de basiskennis, vaardigheden en houding bij die ervoor zullen zorgen dat zij weer een actievere rol spelen in de eigen leefomgeving en de samenleving (Stichting Leerplan Ontwikkeling 2008[MKM8] ).

Tegenbeweging individualisering:

Een gevolg van individualisering is, dat er door de groeiende nadruk op eigenbelang, desinteresse in het algemeen belang, toenemende pluriformiteit, afnemende sociale samenhang in de maatschappij en oprukkend fundamentalisme ontstaat (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 2004). Doordat ouders en andere opvoeders zich teveel richten op de individuele ontwikkeling van kinderen spreken we hun empathische vermogen en de maatschappelijke betrokkenheid te weinig aan (WRR, 2004). Ook zal er door toenemende individualisering het meritocratisch ideaal versterkt worden; individuele verdiensten bepalen iemand maatschappelijke positie (Onderwijsraad, 2013). De gedachte die er heerst, is dat als je inzet en talent hebt, je succesvol zal zijn. Leerlingen die niet goed scoren op de basisvaardigheden zullen zich minder gewaardeerd voelen (Onderwijsraad, 2013). Er ontstaat dan een nieuwe verzuiling. Vrienden en partners hebben veelal hetzelfde opleidingsniveau, men woont bij elkaar in dezelfde buurten. Opleidingsverschillen zijn dus ook in sociaal cultureel opzicht belangrijker dan voorheen. Maar het cultureel kapitaal en de hulpbronnen die ouders hun kinderen kunnen bieden, zijn echter ook belangrijke factoren voor schoolsucces (Onderwijsraad, 2013[MKM9] [MKM10] ).

Peers:

Peers uit netwerk Corinne (zie bijlage[MKM11] ):

Anke (Leerkracht V.O.): “Trend Individualisering herkenbaar! Er zou in het v.o. wel meer maatwerk voor de leerling mogen zijn. Het is door de huidige structuur soms nu nog te ingewikkeld om dat ook echt mogelijk te maken. Leerlingen hoeven niet op jonge leeftijd al ingedeeld te worden naar onderwijs. Kijk per vak wat het best passende niveau is en geef de leerlingen mogelijkheden om door te groeien. Leerlingen zullen behoefte blijven hebben om elkaar te blijven ontmoeten en ergens bij te horen. Het zal wel steeds meer een uitdaging worden om dat te bewerkstelligen. Eenzaamheid zal ook onder jongeren een grotere rol gaan spelen[MKM12] .’’

 

Geraadpleegde bronnen:

OECD. (2008). Vormgevende trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’, vertaald door de KPC-groep).

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. (2016). Antwoordformulier kennisrotonde. Den Haag: NRO.

Onderwijsraad (2013). Leraar zijn. Den Haag: Onderwijsraad.







http://www.slo.nl/primair/themas/burgerschap/


https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2013/een-smalle-kijk-op-onderwijskwaliteit/volledig/item7043

Stichting Leerplan Ontwikkeling (2008). Burgerschapsvorming in leermiddelen primair onderwijs.  Enschede: 2008

WRR (2004). Waarden, normen en de last van het gedrag. Amsterdam: University Press.

 

 

 

 

 

 

 






 [MKM1]Ik zou hier voorbeelden bij noemen omdat je daarmee de trend wat meer uitlegt.




 [MKM2]Wat zie je nu al van deze trend?




 [MKM3]Hoe weet je dat? Kun je dat zien in de huidige vernieuwingen?




 [MKM4]Het initiatief om de kinderen zelf het gesprek te laten voeren op ouderavonden komt langs op facebookpagina’s van ‘Actief leren zonder cijfers’. Wellicht kun je daar wat bronnen vinden of je netwerk uitbreiden?




 [MKM5]Goed als tegengeluid!




 [MKM6]Goede vragen als uitgangspunten.




 [MKM7]Impact die de trend heeft.




 [MKM8]Ik zou extremer inzetten.




 [MKM9]Ik mis de relevantie voor jouw eigen praktijk een beetje. Je onderbouwt prima met theorie maar legt deze nog niet helemaal op je eigen praktijk.




 [MKM10]Advisering voor het gameteam staat er nog niet in, maar is dat nog nodig?




 [MKM11]Bijlage?




 [MKM12]Ik vind dat je een duidelijke lijn inzet over de ontwikkelingen. Je mag hem wel wat scherper maken her en der. Je onderbouwt goed met theorie die er toe doet.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten