Hier de feedback van Maartje (Bedankt Maartje!) op mijn eerste versie:
Individuele
opdracht trendanalyse Corinne Raaijmakers
Trend:
Individualisering
De industriële ontwikkelingen en de
democratiseringsbewegingen in de Westerse wereld in de jaren 60 van de 20e
eeuw hebben gezorgd voor een toename aan welvaart en dat bepaalde groepen
onafhankelijker werden van elkaar[MKM1] . Dit proces waardoor de mens meer als
individu in plaats van de groep in de samenleving is komen te staan, heet
individualisering (Wikipedia). Hierbij worden waarden zoals o.a. keuzevrijheid
en autonomie belangrijk gevonden. Deze trend heeft ook gevolgen voor het onderwijs[MKM2] . Ik richt me hierbij op mijn eigen
onderwijssector: Het primair onderwijs.
Drijvende krachten
bij trend Individualisering:
Ik heb de trend individualisering
gekozen als een trend die impact heeft in het primair onderwijs en voor de
andere sectoren en daarom gekozen moet worden voor het scenariosjabloon. Deze
trend zet zich door[MKM3] en dat zal tot gevolg hebben dat scholen
en sectoren intensiever moeten gaan samenwerken met elkaar, ouders en
instanties om maatwerk voor de leerling passend te laten zijn. Partnerschap in het onderwijs past daar
als drijvende kracht daarom goed bij. Tevens diversiteit en burgerschapsvorming.
In onderstaande stukken zal ik dit nader toelichten.
Invloed op het
primair onderwijs:
In een snel veranderende en een op het individu-gerichte
samenleving wordt een grote zelfredzaamheid van mensen verwacht (Onderwijsraad,
2014). Dat vraagt om onderwijs dat meebeweegt (Onsonderwijs2032). Het advies Onderwijs2032
richt zich dan ook op het bieden van kansen voor leerlingen en dat daarbij moet
worden ingespeeld op achtergrond, capaciteiten en mogelijkheden van leerlingen,
oftewel de diversiteit. Oog hebben voor talentontwikkeling en dat leerlingen eigenaar
worden van hun eigen leerproces wordt eveneens genoemd (Onsonderwijs2032). Er
wordt een groter beroep gedaan op denkvaardigheden, sociale competenties en het
kunnen sturen van het eigen leren.
In de onderwijssector p.o. merk ik dat het onderwijs steeds
meer inspeelt op de individuele behoeften van het kind. De leerling staat echt centraal:
Wat heeft deze leerling nodig om zich
optimaal te kunnen ontwikkelen? Wat de leerlingen daarbij zelf belangrijk
vinden en willen, wordt ook steeds belangrijker. Kinderen worden betrokken in
gespreksvoering (zgn. ontwikkelgesprekken
of kind-ouder-gesprekken[MKM4] ) en krijgen meer keuzevrijheid. Als leraar
op de basisschool moet je goed kunnen differentiëren om tegemoet te komen aan
de verschillen tussen leerlingen. Onderwijs moet op de leerling worden
afgestemd en contacten moeten goed onderhouden worden om te kunnen samenwerken
binnen het sociale netwerk rondom de leerling. Passend onderwijs is de norm.
Sinds augustus 2014 hebben scholen een zorgplicht en zijn zij verantwoordelijk
dat alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede
onderwijsplek krijgen. Scholen moeten daarbij kunnen samenwerken om voor de
leerlingen een dekkend onderwijsaanbod te bieden. In het primair onderwijs
wordt in een ondersteuningsprofiel aangegeven welke expertise en voorzieningen
de school in huis heeft om de zorg te kunnen bieden en dit wordt afgestemd met
het samenwerkingsverband waarbinnen de school zicht bevindt (Passendonderwijs).
Grenzen
maatschappelijke opdracht:
Goede bedoelingen vanuit de wet sluiten niet altijd aan bij
de werkelijkheid van lesgeven (van der Meer, 2016). Scholen vinden het lastig
om altijd tegemoet te komen aan de zorgplicht, omdat de omvang en complexiteit
van de problematieken vaak een struikelblok vormt, zeker als deze verknoopt
zijn aan moeilijke thuissituaties (van der Meer, 2016) en gevarieerdere
families (OECD, 2008) en dat kinderen nog wel vaak in èèn klas zitten en onderwijs dus nog collectief is (van der Meer,
2016). Door de individualisering worden sociale banden tevens steeds minder
belangrijk en dat legt nog meer druk op scholen om een bron van verbondenheid
te vormen (OECD, 2008[MKM5] ). Door wereldwijde diversiteit is er ook
sprake van diversiteit in waarden. Al met al brengt de individualisering de
volgende vraagstukken met zich mee:
·
In hoeverre kunnen en moeten leraren tegemoet
komen aan alle verschillen tussen kinderen?
·
Moet de school door de veranderende
familievormen meer verantwoordelijkheid op zich nemen als het gaat om de
sociale opvoeding van kinderen? (OECD, 2008)
·
Wat moet de school doen om een bijdrage te
leveren aan respect voor andere waarden? (OECD, 2008[MKM6] ).
Toekomstscenario
en gevolgen andere onderwijssectoren:
Er zal nog meer dan nu worden ingespeeld op de individuele
behoeften en ontwikkeling van ieder kind. Ik denk dat er daarnaast ook meer
aandacht zal komen voor de sociale ontwikkeling en worden de 21e
eeuwse vaardigheden zoals samenwerken en probleemoplossend vermogen steeds belangrijker
in het basisonderwijs, maar ook voor de andere sectoren! Scholen zullen minder
de nadruk leggen op kennis, maar op vaardigheden. De verschillende sectoren
zullen in de toekomst nog meer moeten samenwerken om het onderwijs voor het
kind passend en aansluitend te laten zijn. Zoals dat nu is, is er nog
onvoldoende samenhang tussen onderwijssectoren (Onderwijsraad, 2014[MKM7] ). In de toekomst zie ik wel meer samenhang
en een uitbreiding van grotere onderwijsinstellingen. Er zijn dan niet alleen
kindcentra van 0-13, maar bijvoorbeeld van 0-18 en het onderwijs zal meer
verweven zijn met het bedrijfsleven en instanties. Men volgt het kind vanaf
begin af aan en leraren/opvoeders werken meer samen. De vorm van samenwerking
zal door technologische ontwikkelingen steeds meer online plaatsvinden en
burgerschap heeft een grote rol in het curriculum van de grote kindcentra. Door
burgerschapsvorming een plek in het curriculum van scholen te geven, brengt de
school de leerlingen de basiskennis, vaardigheden en houding bij die ervoor
zullen zorgen dat zij weer een actievere rol spelen in de eigen leefomgeving en
de samenleving (Stichting Leerplan Ontwikkeling 2008[MKM8] ).
Tegenbeweging
individualisering:
Een gevolg van individualisering is, dat er door de groeiende
nadruk op eigenbelang, desinteresse in het algemeen belang, toenemende
pluriformiteit, afnemende sociale samenhang in de maatschappij en oprukkend
fundamentalisme ontstaat (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid,
2004). Doordat ouders en andere opvoeders zich teveel richten op de individuele
ontwikkeling van kinderen spreken we hun empathische vermogen en de
maatschappelijke betrokkenheid te weinig aan (WRR, 2004). Ook zal er door
toenemende individualisering het meritocratisch ideaal versterkt worden; individuele
verdiensten bepalen iemand maatschappelijke positie (Onderwijsraad, 2013). De
gedachte die er heerst, is dat als je inzet en talent hebt, je succesvol zal
zijn. Leerlingen die niet goed scoren op de basisvaardigheden zullen zich
minder gewaardeerd voelen (Onderwijsraad, 2013). Er ontstaat dan een nieuwe
verzuiling. Vrienden en partners hebben veelal hetzelfde opleidingsniveau, men
woont bij elkaar in dezelfde buurten. Opleidingsverschillen zijn dus ook in
sociaal cultureel opzicht belangrijker dan voorheen. Maar het cultureel
kapitaal en de hulpbronnen die ouders hun kinderen kunnen bieden, zijn echter
ook belangrijke factoren voor schoolsucces (Onderwijsraad, 2013[MKM9] [MKM10] ).
Peers:
Anke (Leerkracht V.O.): “Trend
Individualisering herkenbaar! Er zou in het v.o. wel meer maatwerk voor de
leerling mogen zijn. Het is door de huidige structuur soms nu nog te
ingewikkeld om dat ook echt mogelijk te maken. Leerlingen hoeven niet op jonge
leeftijd al ingedeeld te worden naar onderwijs. Kijk per vak wat het best
passende niveau is en geef de leerlingen mogelijkheden om door te groeien. Leerlingen
zullen behoefte blijven hebben om elkaar te blijven ontmoeten en ergens bij te
horen. Het zal wel steeds meer een uitdaging worden om dat te bewerkstelligen.
Eenzaamheid zal ook onder jongeren een grotere rol gaan spelen[MKM12] .’’
Geraadpleegde
bronnen:
OECD. (2008). Vormgevende
trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’, vertaald door de
KPC-groep).
Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. (2016).
Antwoordformulier kennisrotonde. Den Haag: NRO.
Onderwijsraad (2013). Leraar zijn. Den Haag: Onderwijsraad.
http://www.slo.nl/primair/themas/burgerschap/
https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2013/een-smalle-kijk-op-onderwijskwaliteit/volledig/item7043
Stichting Leerplan Ontwikkeling (2008). Burgerschapsvorming
in leermiddelen primair onderwijs. Enschede:
2008
WRR (2004). Waarden, normen en de last van het gedrag.
Amsterdam: University Press.
[MKM4]Het
initiatief om de kinderen zelf het gesprek te laten voeren op ouderavonden komt
langs op facebookpagina’s van ‘Actief leren zonder cijfers’. Wellicht kun je
daar wat bronnen vinden of je netwerk uitbreiden?
[MKM9]Ik
mis de relevantie voor jouw eigen praktijk een beetje. Je onderbouwt prima met
theorie maar legt deze nog niet helemaal op je eigen praktijk.
[MKM12]Ik
vind dat je een duidelijke lijn inzet over de ontwikkelingen. Je mag hem wel
wat scherper maken her en der. Je onderbouwt goed met theorie die er toe doet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten