Pagina's

zondag 9 april 2017

Grenzen maatschappelijke opdracht school

N.a.v. feedback docente Isabelle bij deze een aanvulling op pi 'maatschappelijke opdracht school', waarbij de grens van de maatschappelijke opdracht ook aangegeven diende te worden.



Grenzen maatschappelijke opdracht school op basis van Scenario 2, waarin Individualisering de trend is en gesocialiseerd onderwijs en diversiteit als de twee drijvende krachten die elkaar raken.

Door de individualisering worden sociale banden tevens steeds minder belangrijk en dat legt nog meer druk op scholen om een bron van verbondenheid te vormen (OECD, 2008). Mijn onderwijspraktijk heeft dit gegeven verwerkt in de visie en missie van de school, waarin belangrijke kernwaarden zoals ‘samen’ en ‘aandacht’ zijn opgenomen. Aandacht voor het kind, maar ook dat men aandacht heeft voor de omgeving. Door wereldwijde diversiteit is er ook sprake van diversiteit in waarden. Al met al brengt de individualisering de volgende vraagstukken met zich mee:

  • In hoeverre kunnen en moeten leraren tegemoet komen aan alle verschillen tussen kinderen?
  • Moet de school door de veranderende familievormen meer verantwoordelijkheid op zich nemen als het gaat om de sociale opvoeding van kinderen? (OECD, 2008)
  • Wat moet de school doen om een bijdrage te leveren aan respect voor andere waarden? (OECD, 2008).
Scenario 2 gaat ver in de sociale opvoeding van kinderen. Zo leren de kinderen vanuit sociaal oogpunt en is ‘respect voor elkaar’ een aanvulling op de 21 eeuwse vaardigheden. School heeft mijns inziens een hele grote rol in deze. De visie van mijn school en het sociaal ontwerpend leren (SOL) en hantering van de methode ‘De Vreedzame School’ leveren hierin al een grote bijdrage. Wij zijn juist heel bewust bezig met hoe we kunnen leren van elkaar, gebruik kunnen maken van elkaars talenten en dat we oog en respect hebben voor elkaar.
Dat dat niet altijd eenvoudig is, staat ook zeker vast. Enerzijds willen we de leerlingen goede basisvaardigheden laten ontwikkelen, anderzijds besteden we ook veel aandacht aan normen en waarden en hoe de leerlingen op te voeden tot sociale mensen. De samenleving verlangt ook van de school dat ze de leerlingen kwalificeert voor een zelfstandig bestaan en socialiseert als burger.  Socialiseren en kwalificeren zijn dan ook de twee hoofddoelen van het onderwijs (Stichting Leerplan Ontwikkeling, 2011). Op De Kruisboelijn is de balans tussen die twee hoofddoelen soms niet in evenwicht, omdat we veel tijd besteden aan het socialiseren. Een gedragsprotocol en het ondersteuningsprofiel van de school heeft hierbij wel uitkomst geboden. In deze documenten wordt de grens van wat de school wat betreft gedrag van leerlingen en wat de school kan bieden aan zorg aangegeven.
De thema’s burgerschapsvorming en gezond gedrag zijn bij de wet verplicht gesteld en hebben nu een vaste plek in het onderwijs gekregen (SLO, 2011). Omdat we als school hieraan zelf een invulling mogen geven, zijn we telkens zoekende naar wat recente maatschappelijke ontwikkelingen nu betekenen voor ons onderwijs en onze kinderen en hoe wij als leraren hiermee moeten omgaan. Om ook hierbij duidelijk een kader en grens te kunnen trekken, worden wij daar als school ook in begeleid door externen, zoals Tom Oosterhuis vanuit SOL, Jos Roemer vanuit de Vreedzame School, maar ook door professionals vanuit het bestuur.
De vraag wat de rol van school en wat die van ouders is, nemen we steeds mee. We weten en voelen dat ouders betrokken moeten worden; Hoe kunnen we als leerkrachten deze betrekken en beter begrijpen? Wanneer de school namelijk investeert in de thuissituatie en ouders, heeft dat een gunstig effect op de leerprestaties van leerlingen (Marzano, 2003). Voor de meeste samenwerkingsrelaties geldt dat er een samenhang is met de sociaal-etnische achtergrond (Ministerie van OCW, 2007). Zo is er op scholen met veel allochtone achterstandsleerlingen relatief veel contact met wijkcentra en buurthuiswerk, gemeentes, peuterspeelzalen, allochtonenorganisaties, schoolmaatschappelijk werk, aanbieders van oudercursussen, consultatiebureaus, bureaus Jeugdzorg en GGD. Dit duidt erop dat scholen met veel allochtone achterstandsleerlingen onderwijs en opvoeding meer zien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders, de school en de ‘community’ en instellingen binnen de buurt of de wijk (Ministerie van OCW, 2007). Deze gedachte herken ik in hoe wij als school ouders benaderen en in onze visie en missie. Dat wij ook veel leerlingen hebben van allochtone komaf, zal daar dus ook een rol in spelen.

Literatuur:
Marzano, R.J. (2003). What works in school; translating research into action. Alexandria: ASCD
OECD. (2008). Vormgevende trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’, vertaald door de KPC-groep).
Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R. & Brus, M., (2007). Ouders, scholen en diversiteit. Nijmegen: Radbout Universiteit.
Stichting Leerplan Ontwikkeling, 2011. Tot nut van ’t algemeen. Over onderwijs en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Enschede: SLO.


 







Geen opmerkingen:

Een reactie posten