Grenzen maatschappelijke opdracht school op basis van
Scenario 2, waarin Individualisering de trend is en gesocialiseerd onderwijs en
diversiteit als de twee drijvende krachten die elkaar raken.
Door de individualisering worden sociale banden tevens
steeds minder belangrijk en dat legt nog meer druk op scholen om een bron van
verbondenheid te vormen (OECD, 2008). Mijn onderwijspraktijk heeft dit gegeven
verwerkt in de visie en missie van de school, waarin belangrijke kernwaarden
zoals ‘samen’ en ‘aandacht’ zijn opgenomen. Aandacht voor het kind, maar ook
dat men aandacht heeft voor de omgeving. Door wereldwijde diversiteit is er ook
sprake van diversiteit in waarden. Al met al brengt de individualisering de
volgende vraagstukken met zich mee:
- In hoeverre
kunnen en moeten leraren tegemoet komen aan alle verschillen tussen
kinderen?
- Moet de school
door de veranderende familievormen meer verantwoordelijkheid op zich nemen
als het gaat om de sociale opvoeding van kinderen? (OECD, 2008)
- Wat moet de school doen om een bijdrage te leveren aan respect voor andere waarden? (OECD, 2008).
Scenario 2 gaat ver in de sociale opvoeding van
kinderen. Zo leren de kinderen vanuit sociaal oogpunt en is ‘respect voor elkaar’
een aanvulling op de 21 eeuwse vaardigheden. School heeft mijns inziens een
hele grote rol in deze. De visie van mijn school en het sociaal ontwerpend
leren (SOL) en hantering van de methode ‘De Vreedzame School’ leveren
hierin al een grote bijdrage. Wij zijn juist heel bewust bezig met hoe we
kunnen leren van elkaar, gebruik kunnen maken van elkaars talenten en dat we
oog en respect hebben voor elkaar.
Dat dat niet altijd eenvoudig is, staat ook zeker
vast. Enerzijds willen we de leerlingen goede basisvaardigheden laten
ontwikkelen, anderzijds besteden we ook veel aandacht aan normen en waarden en
hoe de leerlingen op te voeden tot sociale mensen. De samenleving verlangt ook
van de school dat ze de leerlingen kwalificeert voor een zelfstandig bestaan en
socialiseert als burger. Socialiseren en
kwalificeren zijn dan ook de twee hoofddoelen van het onderwijs (Stichting
Leerplan Ontwikkeling, 2011). Op De Kruisboelijn is de balans tussen die twee
hoofddoelen soms niet in evenwicht, omdat we veel tijd besteden aan het
socialiseren. Een gedragsprotocol en het ondersteuningsprofiel van de school heeft
hierbij wel uitkomst geboden. In deze documenten wordt de grens van wat de
school wat betreft gedrag van leerlingen en wat de school kan bieden aan zorg aangegeven.
De thema’s burgerschapsvorming en gezond gedrag
zijn bij de wet verplicht gesteld en hebben nu een vaste plek in het onderwijs
gekregen (SLO, 2011). Omdat we als school hieraan zelf een invulling mogen
geven, zijn we telkens zoekende naar wat recente maatschappelijke
ontwikkelingen nu betekenen voor ons onderwijs en onze kinderen en hoe wij als
leraren hiermee moeten omgaan. Om ook hierbij duidelijk een kader en grens te
kunnen trekken, worden wij daar als school ook in begeleid door externen, zoals
Tom Oosterhuis vanuit SOL, Jos Roemer vanuit de Vreedzame School, maar ook door
professionals vanuit het bestuur.
De vraag wat de rol van school en wat die van
ouders is, nemen we steeds mee. We weten en voelen dat ouders betrokken moeten
worden; Hoe kunnen we als leerkrachten deze betrekken en beter begrijpen?
Wanneer de school namelijk investeert in de thuissituatie en ouders, heeft dat
een gunstig effect op de leerprestaties van leerlingen (Marzano, 2003). Voor de
meeste samenwerkingsrelaties geldt dat er een samenhang is met de
sociaal-etnische achtergrond (Ministerie van OCW, 2007). Zo is er op scholen
met veel allochtone achterstandsleerlingen relatief veel contact met wijkcentra
en buurthuiswerk, gemeentes, peuterspeelzalen, allochtonenorganisaties,
schoolmaatschappelijk werk, aanbieders van oudercursussen, consultatiebureaus,
bureaus Jeugdzorg en GGD. Dit duidt erop dat scholen met veel allochtone achterstandsleerlingen
onderwijs en opvoeding meer zien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van
ouders, de school en de ‘community’ en instellingen binnen de buurt of de wijk
(Ministerie van OCW, 2007). Deze gedachte herken ik in hoe wij als school ouders
benaderen en in onze visie en missie. Dat wij ook veel leerlingen hebben van
allochtone komaf, zal daar dus ook een rol in spelen.
Literatuur:
Marzano, R.J. (2003). What works in school; translating research into action. Alexandria:
ASCD
OECD. (2008). Vormgevende
trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’, vertaald door de
KPC-groep).
Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R. & Brus, M.,
(2007). Ouders, scholen en diversiteit. Nijmegen:
Radbout Universiteit.
Stichting Leerplan Ontwikkeling, 2011. Tot nut van ’t algemeen. Over onderwijs en
maatschappelijke verantwoordelijkheid. Enschede: SLO.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten